Contactisolatie bij diarree

Doelgroep: 

Verpleegkundigen / verzorgenden
Huishoudelijk assistenten
Specialist ouderengeneeskunde
Paramedisch personeel

Locatie: 

Verpleeghuis
Verzorgingshuis / woonzorgcentrum
Thuiszorg

Benodigde Materialen: 

Vloeibare zeep + Papieren handdoekjes
Handschoenen
Beschermende kleding; vochtwerend halterschort
Filtermondneusmasker FFP1 (in geval van braken + diarree)
Handendesinfectans
Voor eisen aan de benodigde materialen zie het protocol Benodigde materialen.

Doel: 

Het voorkómen van verspreiding van micro-organismen die diarree veroorzaken.

Waarom: 

De maatregelen in dit protocol moeten zoveel mogelijk verhinderen dat micro-organismen via contact met handen, kleding of materialen verspreid worden.

Wanneer: 

In het protocol Hoe te handelen bij infecties? is aangegeven bij welke infecties dit protocol gevolgd moet worden.
 
Bij de lichamelijke verzorging van de cliënt. 
 
Bij het schoonmaken van de badkamer/toilet en opmaken van het bed.
 
Bij diarree veroorzaakt door Clostridium, is handen desinfecteren niet geschikt. Deze micro-organismen zijn bestand tegen de alcohol in het handendesinfectans. Zie daarvoor protocol: contactisolatie bij clostridium

Werkwijze: 

In dit protocol worden specifieke hygiënemaatregelen genoemd bij diarree. Deze specifieke maatregelen zijn een aanvulling op de standaard maatregelen die altijd genomen moeten worden.
 

Cliëntenkamer

  • De cliënt wordt verzorgd op een 1-of meerpersoonskamer.
  • De cliënt beschikt over een eigen toilet. Indien geen eigen toilet beschikbaar is, gebruik dan een cliëntgebonden postoel.
  • Aan de cliëntenkamer worden geen extra bouwtechnische eisen gesteld.
  • Leg op de cliëntenkamer een 24-48 uurs voorraad neer van benodigde materialen.
  • Breng op de kastdeur (of nachtkastje) een rode hand aan, als signaal dat bij deze cliënt extra maatregelen nodig zijn.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Draag handschoenen en een vochtwerend halterschort bij de lichamelijke verzorging van de cliënt en bij het opmaken van het bed.
  • In geval van braken: draag een mondneusmasker.
  • Draag de beschermende middelen cliëntgebonden.
  • Gebruik het halterschort eenmalig en gooi het weg na gebruik.

Wasgoed / afval

  • Verzamel wasgoed in een waszak en afval in een vuilniszak.
  • Sluit de zak en voer de zak daarna op de normale wijze af.
  • Neem waszakken of afvalzakken niet mee naar andere cliëntenkamers.
  • Er is geen reden om gekleurde of gelabelde waszakken te gebruiken.

Serviesgoed

  • Voor serviesgoed gelden geen extra maatregelen.
  • Er is geen reden om disposable serviesgoed te gebruiken.

Reiniging van de kamer

  • Maak de kamer schoon volgens de standaard afspraken.
  • Plan de kamer zoveel mogelijk als laatste.
  • Gebruik schoonmaakmaterialen die daarna niet gebruikt worden in andere ruimten.
  • Was de gebruikte schoonmaakmaterialen bij minimaal 60°C of gooi disposable schoonmaakmaterialen weg.
  • Maak gebruikte emmers huishoudelijk schoon.
  • Pas handhygiëne toe.

Maatregelen bij uitbraak van diarree (en braken)

Indien er meerdere personen met buikgriepklachten zijn, kunnen uitgebreide maatregelen nodig zijn.

Eindschoonmaak van de kamer

  • Na ontslag van de cliënt, moet de kamer huishoudelijk gereinigd worden.
  • Maak de kamer volgens de standaard afspraken schoon.
  • Was de gebruikte schoonmaakmaterialen bij minimaal 60°C en gooi disposable schoonmaakmaterialen weg.
  • Maak gebruikte emmers huishoudelijk schoon.
  • Indien de matras zichtbaar vervuild is met urine of feces en niet gereinigd kan worden, dan wordt de matras weggegooid.
  • Pas handhygiëne toe.

Na afloop van de werkzaamheden

  • Trek de handschoenen uit en gooi deze weg in een afvalemmer.
  • Trek het halterschort uit en gooi het weg in een afvalemmer.
  • Indien een mondneusmasker wordt gedragen: Doe het mondneusmasker af en gooi het weg in afvalemmer.
  • Was de handen en onderarmen met water en zeep en droog ze met een wegwerphanddoekje.

Verpleegmaterialen

Deelname aan sociale activiteiten

  • De cliënt hoeft niet op de kamer te blijven en kan deelnemen aan sociale activiteiten.
  • In geval van een uitbraak kan worden besloten om tijdelijk niet deel te nemen aan sociale activiteiten, om verdere verspreiding binnen de instelling te voorkomen.

Paramedici

  • Paramedici die intensief contact hebben (lichamelijke verzorging/onderzoek) met de cliënt, nemen dezelfde maatregelen als verzorgenden, zoals hierboven beschreven. Criterium: indien een cliënt zich (deels) moet ontkleden dan geldt dit als intensief contact.
  • Paramedici die geen intensief contact hebben met de cliënt, hoeven geen aanvullende maatregelen te nemen.
  • Paramedici die op de cliëntenkamer zijn geweest, moeten handhygiëne toepassen voordat ze de kamer verlaten.

Bezoek

  • Bezoekers die op de cliëntenkamer zijn geweest, moeten handhygiëne toepassen voordat zij weggaan.
  • De bezoekers brengen daarna geen bezoek aan andere cliënten.
  • Voor bezoekers gelden verder geen extra maatregelen.
  • Onder bezoekers vallen ook de pastoraal medewerker en de huisarts, indien zij geen lichamelijk verzorging/onderzoek verrichten bij de cliënt.

Behandelend arts (specialist ouderengeneeskunde, huisarts):

  • stelt isolatie in;
  • informeert de cliënt over de maatregelen;
  • beslist wanneer isolatiemaatregelen opgeheven kunnen worden;
  • coördineert de medische gang van zaken rondom opname en behandeling;
  • is verantwoordelijk voor informatieoverdracht bij overplaatsing van de cliënt.

Leidinggevende:

  •  informeert de medewerkers over de isolatie;
  •  zorgt voor adequate personele bezetting;
  •  zorgt voor voldoende beschermende middelen.

Verzorgenden / verpleegkundigen / huishoudelijk assistenten:

  •  volgen de instructies in dit protocol.

Werkgever:

  •  biedt benodigde materialen aan die aan de gestelde normen voldoen.

Categorieën: 


Verwante Beleidsstukken: 


Definities: 

Cliëntgebonden: Materialen moeten altijd bij één en dezelfde cliënt worden gebruikt.
 
Clostridium: Clostridium difficile is een bacterie die een ziektebeeld, variërend van een milde diarree tot een levensbedreigende colitis (ontsteking van de dikke darm) kan veroorzaken.
 
De bacterie is zeer besmettelijk door de vorming van sporen die zeer resistent zijn tegen o.a. droogte, warmte, maagzuur, alcohol, chloor en gewone schoonmaakmiddelen.
 
Micro-organismen: Microscopisch kleine levensvormen, als bacteriën, virussen, schimmels en parasieten
 
Norovirus: Een virus dat een infectie veroorzaakt, met als meest voorkomende symptomen: misselijkheid, braken, hoofdpijn, buikpijn, diarree en milde koorts. Het Norovirus is bestand tegen alcohol en chloor.

Literatuur: 

Richtlijnen Werkgroep Infectie Preventie: 

name=