Maatregelen bij meerdere gevallen van buikgriep

Doelgroep: 

Verpleegkundigen / verzorgenden
Huishoudelijk assistenten
Specialist ouderengeneeskunde
Paramedisch personeel
Vrijwilligers

Locatie: 

Verpleeghuis
Verzorgingshuis / woonzorgcentrum
Thuiszorg

Benodigde Materialen: 

Vloeibare zeep + Papieren handdoekjes
Handschoenen
Beschermende kleding; vochtwerend halterschort
Ademhalingsbeschermingsmasker FFP1 (in geval van braken + diarree)
Handalcohol
Chloortabletten (1,5 gram actief chloor per tablet)
 
Voor eisen aan de benodigde materialen zie het protocol Benodigde materialen.

Doel: 

Het voorkómen van verspreiding van micro-organismen die buikgriep veroorzaken (bijv. norovirus, rotavirus).

Waarom: 

De maatregelen in dit protocol moeten zoveel mogelijk verhinderen dat micro-organismen via contact met handen, kleding of materialen verspreid worden.

Wanneer: 

Indien er  binnen een zorginstelling een ongewoon aantal meldingen zijn van cliënten en/of medewerkers met klachten van diarree en/of braken.
 
Vuistregel voor meldingsplicht aan GGD:
  • op een verpleegafdeling of unit: 1/5 van de afdeling binnen 1 week;
  • in een verzorgingshuizen: 1/10 van de afdeling binnen 1 week.
Handhygiëne
Pas handhygiëne toe volgens protocol Handhygiëne.
Eisen handalcohol:
  • is toegelaten door het Ctgb (N-nummer)
  • voldoen aan NEN-EN 1500
  • heeft bij voorkeur een bewezen effect op norovirus
Indien er geen goedgekeurde handalcohol ter beschikking is: was de handen met water en zeep en droog af aan een wegwerphanddoekje (of gebruik een keukenrol).

Werkwijze: 

In dit protocol worden specifieke hygiënemaatregelen genoemd bij meerdere gevallen van buikgriep. Deze specifieke maatregelen zijn een aanvulling op de standaard maatregelen die altijd genomen moeten worden.
 

Algemeen

Cliëntenkamer en sanitair

  • De cliënt beschikt bij voorkeur over eigen sanitair. Indien geen eigen toilet beschikbaar is, gebruik dan een cliëntgebonden postoel.
  • Indien geen eigen sanitair of cliëntgebonden postoel mogelijk is: wijs aparte toiletten aan voor zieken en niet-zieken. Laat zieke cliënten nog 48 uur na herstel gebruik maken van de toiletten voor zieken.
  • Aan de cliëntenkamer worden geen extra bouwtechnische eisen gesteld.
  • Leg op de cliëntenkamer een 24-48 uurs voorraad neer van benodigde materialen.
  • Breng op de kastdeur (of nachtkastje) een rode hand aan, als signaal dat bij deze cliënt extra maatregelen nodig zijn. Houd hierbij rekening met de privacy van de cliënt.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

  • Draag handschoenen en een vochtwerend halterschort bij de lichamelijke verzorging van de cliënt en bij het opmaken van het bed.
  • Draag de beschermende middelen cliëntgebonden.
  • Gebruik het halterschort eenmalig en gooi het weg na gebruik.
  • Zorg dat een ademhalingsbeschermingsmasker FFP1 onder handbereik is.
  • Draag een ademhalingsbeschermingsmasker FFP1 indien de cliënt braakt of wanneer braaksel moet worden opgeruimd. 
  • Draag een ademhalingsbeschermingsmasker FFP1 bij alle cliënten indien de uitbraak niet onder controle te krijgen is.

Wasgoed / afval

  • Verzamel wasgoed in een waszak en afval in een vuilniszak.
  • Sluit de zak en voer de zak daarna op de normale wijze af.
  • Neem waszakken of afvalzakken niet mee naar andere cliëntenkamers.
  • Er is geen reden om gekleurde of gelabelde waszakken te gebruiken.

Serviesgoed

  • Voor serviesgoed gelden geen extra maatregelen.
  • Er is geen reden om disposable serviesgoed te gebruiken.

Reiniging van de kamer

  • Maak de kamer schoon volgens de standaard afspraken.
  • Bij een verontreinigd oppervlak direct aansluitend het verontreinigde oppervlak reinigen en desinfecteren. Houd in geval van braken een marge aan van minimaal 1,5 meter rondom het verontreinigde oppervlak, inverband met mogelijk neerslaan van druppels door aerosolvorming uit het braaksel.
  • Reinig in de kamer van zieke cliënten dagelijks veel gebruikte oppervlakken zoals tafel, keukenblad, nachtkastje.
  • 'Werk'oppervlakken in gezamenlijke ruimten (inclusief de keuken) van de uitbraakafdeling dagelijks reinigen en desinfecteren.
  • Plan de kamers van alle zieke cliënten zoveel mogelijk als laatste.
  • Gebruik schoonmaakmaterialen van zieke cliënten niet meer in andere ruimten.
  • Gebruik in iedere ruimte schone materialen.
  • Gebruik bij voorkeur wegwerp schoonmaakmaterialen of was de gebruikte schoonmaakmaterialen bij minimaal 60°C.
  • Maak gebruikte emmers huishoudelijk schoon.
  • Pas handhygiëne toe

Sanitaire ruimten

  • Reinig de toiletten van zieke bewoners en gezamenlijke toiletten 3x per dag.  
  • Denk aan contactpunten waar veel handcontact is  zoals kranen, beugels, enz. 
  • Reinig van “schoon” naar “vies” . Eerst de contactpunten daarna toilet.
  • Desinfecteer daarnaast de toiletten van zieke bewoners en gezamenlijke toiletten 1x per dag met chloor.
    Zie protocol Wanneer is desinfectie van verpleegmaterialen en ruimten nodig?
    NB. Microvezeldoeken zijn niet bestand tegen chloor.
  • Reinig en desinfecteer bad en/of douche dagelijks na gebruik.

Na afloop van de werkzaamheden

  • Trek de handschoenen uit en gooi deze weg in een afvalemmer.
  • Trek het halterschort uit en gooi het weg in een afvalemmer.
  • Indien een mondneusmasker wordt gedragen: Doe het mondneusmasker af en gooi het weg in afvalemmer.
  • Pas handhygiëne toe

Verpleegmaterialen

  • Gebruik verpleegmaterialen als tillift, pos, urinaal en waskom cliëntgebonden.
  • Maak de materialen die in direct contact zijn geweest met de cliënt (bijv. stethoscoop, oorthermometer) huishoudelijk schoon en desinfecteer.
  • Bevochtig de verpleegmaterialen met alcohol en laat het aan de lucht drogen.
  • Desinfecteer waskommen, po en urinaal in een pospoeler, zie het protocol Reinigen en desinfecteren van verpleegmaterialen.
  • Indien geen pospoeler aanwezig: reinig en desinfecteer waskommen, po en urinaal handmatig, zie het protocol Handmatige Reiniging en desinfectie van po, urinaal en waskom.

Deelname aan sociale activiteiten

  • De zieke cliënt blijft zoveel mogelijk op de kamer.
  • De zieke cliënt blijft op de afdeling.
  • De cliënt moet te allen tijde gebruik maken van het eigen toilet (of postoel).
  • In geval van uitbraak kan worden besloten om tijdelijk niet deel te nemen aan sociale activiteiten om verdere verspreiding te voorkomen.

Paramedici

  • Bij voorkeur wordt bezoek aan de besmette afdeling uitgesteld.
  • Paramedici die intensief contact hebben (lichamelijke verzorging/onderzoek) met de cliënt, nemen dezelfde maatregelen als verzorgenden, zoals hierboven beschreven. Criterium: indien een cliënt zich (deels) moet ontkleden dan geldt dit als intensief contact.
  • Paramedici die op de cliëntenkamer zijn geweest moeten handhygiëne toepassen voordat zij weggaan.

Bezoek

  • Bezoekers die op de cliëntenkamer zijn geweest moeten handhygiëne toepassen voordat zij weggaan.
  • Indien de zieke/herstellende cliënt de kamer verlaat moet de cliënt handhygiëne toepassen. Help de cliënt met handhygiëne.
  • De bezoekers brengen daarna geen bezoek aan andere cliënten.
  • Voor bezoekers gelden verder geen extra maatregelen.
  • Onder bezoekers vallen ook de pastoraal medewerker en de huisarts, indien zij geen lichamelijk verzorging/onderzoek verrichten bij de cliënt.

Eindschoonmaak van de kamer en sanitair

  • Nadat de cliënt 48 uur klachtenvrij is, moet de kamer en het sanitair huishoudelijk gereinigd en gedesinfecteerd worden.
  • Volg de instructie zoals hierboven beschreven in "Reiniging van de kamer" en "Sanitaire ruimten".
  • Gebruik bij voorkeur wegwerp schoonmaakmaterialen. Of was de gebruikte schoonmaakmaterialen bij minimaal 60°C.
  • Indien de matras zichtbaar vervuild is met urine of feces en niet gereinigd kan worden, dan wordt de matras weggegooid.
  • Maak gebruikte emmers huishoudelijk schoon en droog.
  • Pas handhygiëne toe.
  • Voordat de afdeling weer open gaat: einddesinfectie van sanitair, keuken en cliëntenkamers van herstelde cliënten, die nog niet gedesinfecteerd waren.

Organisatorisch

Na overleg met een deskundige infectiepreventie moeten de volgende maatregelen in gang gezet worden:
 
Actie                                                            
Actie door:       
Uitgevoerd op
(paraaf,datum)                    
Medewerkers blijven op de afdeling (ook gedurende de pauzes) en gaan na werktijd direct naar huis
Leidinggevende
 
Zieke cliënten blijven zoveel mogelijk op de kamer
Team
 
Zieke cliënten blijven op de afdeling en gaan niet naar andere ruimten
Team
 
Verplaats cliënten van de besmette afdeling (ook niet-zieken) niet naar andere afdelingen of instellingen tenzij het belang van overplaatsing het besmettingsrisico overstijgt. 
Team
 
Meld de buikgriep uitbraak aan de ontvangende afdeling
Behandelend arts
 
Informeer de cliënten, familie en direct betrokkenen over de situatie
Team
 
Hang de poster Er heerst buikgriep op alle toegansdeuren naar de afdeling
Team
 
Communicatie: denk aan paramedici, vrijwilligers, opnamebureau, cliëntenadviseurs, andere afdelingen op dezelfde locatie, invalkrachten, planners invalpoule en afdeling facilitair
Team
 
Bied bezoekers de bezoekersinformatie Voorkom verspreiding van buikgriep aan 
Team
 
Annuleer groepsgebonden activiteiten buiten de afdeling
Leidinggevende
 
Annuleer behandelingen indien de situatie dat toelaat
Behandelend arts
 
Gooi voedsel in ruimten waar gebraakt is meteen weg
Team
 
Mederwerkers/vrijwilligers mogen 24 uur na het stoppen van de klachten (=vrij van braken/diarree) weer werken op de uitbraakafdeling.
Team
 
Meld de uitbraak bij de GGD.
Zie protocol Meldingsplicht bij infectieziekten
Specialist ouderengeneeskunde of locatiemanager
 
Meldt uitbraaksituatie aan betrokken huisartsen (Woonzorgcentrum) Locatiemanager  
Stuur in overleg met DIP van 2 tot 4 personen (cliënten, medewerkers) feces in voor onderzoek. In geval van (verdenking op) voedselinfectie geldt uitbraakmanagement.
Behandelend arts
 
Stoppen maatregelen
In overleg met deskundige infectiepreventie, arts- microbioloog of uitbraakteam
 
 

Verantwoordelijkheden: 

Behandelend arts (specialist ouderengeneeskunde, huisarts):

  • stelt isolatie in;
  • informeert de cliënt over de maatregelen;
  • beslist wanneer isolatiemaatregelen opgeheven kunnen worden;
  • coördineert de medische gang van zaken rondom opname en behandeling;
  • is verantwoordelijk voor informatieoverdracht bij overplaatsing van de cliënt.

Leidinggevende:

  • informeert de medewerkers over de isolatie;
  • zorgt voor adequate personele bezetting;
  • zorgt voor voldoende beschermende middelen.

Verzorgenden / verpleegkundigen / huishoudelijk assistenten:

  • volgen de instructies in dit protocol.

Werkgever:

  • biedt benodigde materialen aan die aan de gestelde normen voldoen.

Categorieën: 


Verwante Beleidsstukken: 


Definities: 

Cliëntgebonden: Materialen moeten altijd bij één en dezelfde cliënt worden gebruikt.
 
Clostridium: Clostridium difficile is een bacterie die een ziektebeeld, variërend van een milde diarree tot een levensbedreigende colitis (ontsteking van de dikke darm) kan veroorzaken.
 
De bacterie is zeer besmettelijk door de vorming van sporen die zeer resistent zijn tegen o.a. droogte, warmte, maagzuur, alcohol, chloor en gewone schoonmaakmiddelen.
 
Micro-organismen: Microscopisch kleine levensvormen, als bacteriën, virussen, schimmels en parasieten
 
Norovirus: Een virus dat een infectie veroorzaakt, met als meest voorkomende symptomen: misselijkheid, braken, hoofdpijn, buikpijn, diarree en milde koorts. Het Norovirus is bestand tegen alcohol en chloor.

Literatuur: 

Richtlijnen Werkgroep Infectie Preventie: 

LCI:

name=