Inleiding: 

Verreweg het grootste deel van de infectieziekten treedt endemisch op, maar epidemieën krijgen vaak de meeste aandacht. Hoeveel infectieziekten optreden in het kader van een epidemie is niet goed bekend. Naast ziekenhuizen kunnen ook andere zorginstellingen geconfronteerd worden met uitbraken van infectieziekten. Uit verpleeghuizen komen regelmatig signalen over problemen op het vlak van infectieziekten (norovirus, scabiës, Clostridium difficile) en verspreiding van resistente micro-organismen (MRSA, ESBL).

Om een epidemie tot staan te brengen is een goede coördinatie van de te nemen maatregelen van cruciaal belang.

Doel: 

Het tot staan brengen van een epidemie door het nemen van goed gecoördineerde maatregelen, met deskundige begeleiding/advisering.

Doelgroep: 

Verpleeghuizen, verzorgingshuizen en thuiszorg

Beleidsafspraken: 

1. Indicaties voor starten van uitbraakmanagement-procedure:

De uitbraakmanagement-procedure moet in werking gezet worden, indien een of meerdere van de volgende acties nodig zijn:

  • acties voortkomend uit de Wet Publieke Gezondheid (meldingsplichtige infectieziekten);
  • isolatie van cliënten;
  • opnamestop;
  • sluiting van een of meerdere afdelingen;
  • tijdelijk werkverbod voor medewerkers in de zorg, die drager van het micro-organisme zijn;
  • uitvoeren van bron- of contactonderzoeken.

Bij een eerste contactonderzoek naar aanleiding van één MRSA-casus, beslissen de leidinggevende en specialist ouderengeneeskunde in overleg met deskundige infectiepreventie en arts-microbioloog over de omvang van het contactonderzoek.

2. Meldingsprocedure:

Meldingsprocedure verpleeghuis

De aanleiding om een uitbraakteam bijeen te roepen kan vanuit twee situaties geïnitieerd worden:

Situatie a: de melding is een uitslag(en) van microbiologisch onderzoek. Hierbij start de procedure met een melding door de arts-microbioloog aan de behandelend arts;

Situatie b: de melding is een uitbraak van infectieziekten in zorginstelling. Hierbij start de procedure met een melding door de specialist ouderengeneeskunde.

  • Wanneer op basis van een melding of surveillance een epidemie wordt vermoed of op basis van de Wet Publieke Gezondheid vervolgacties nodig zijn, dan neemt de arts-microbioloog of de behandelend arts contact op met de verantwoordelijk/dienstdoende specialist ouderengeneeskunde.
  • De specialist ouderengeneeskunde bepaalt in overleg met de arts-microbioloog, of en op welke termijn het uitbraakmanagement team bij elkaar moet komen.
  • De verantwoordelijk specialist ouderengeneeskunde (of dienstdoende specialist ouderengeneeskunde) neemt contact op met de Portefeuillehouder Hygiëne & Infectiepreventie .
  • De Portefeuillehouder informeert de Raad van Bestuur en stelt vervolgens het uitbraakteam samen en roept het uitbraakteam bij elkaar.

Situatie c: melding van een uitbraak van buikgriep:

  • Bij een melding van een uitbraak van buikgriep (bijv. norovirus), waarbij geen verdenking is op een voedselinfectie / voedselvergiftiging, wordt een vereenvoudigde procedure gevolgd.
  • Na overleg met een deskundige infectiepreventie worden maatregelen ingezet, zoals beschreven in Maatregelen bij meerdere gevallen van buikgriep
  • Indien de uitbraak niet te beheersen is, meldt de deskundige infectiepreventie dit aan de portefeuillehouder Hygiëne & Infectiepreventie. De Portefeuillehouder roept dan alsnog een uitbraakteam bijeen.

Meldingsprocedure verzorgingshuis / thuiszorg

De aanleiding om een uitbraakteam bijeen te roepen kan vanuit twee situaties geïnitieerd worden:

Situatie a: de melding is een uitslag(en) van microbiologisch onderzoek. Hierbij start de procedure met een melding door de arts-microbioloog aan de behandelend arts;

Situatie b: de melding is een uitbraak van infectieziekten in zorginstelling. Hierbij start de procedure met een melding door de locatiemanager / locatiedirecteur.

  • Wanneer op basis van een melding of surveillance een epidemie wordt vermoed of op basis van de Wet Publieke Gezondheid vervolgacties nodig zijn, dan bespreekt de arts-microbioloog de casus met de huisarts. De arts-microbioloog adviseert de huisarts melding te maken aan de contactpersoon in het verzorgingshuis of thuiszorg.
  • De contactpersoon meldt de casus aan de leidinggevende.
  • Del leidinggevende bespreekt de situatie met de arts-microbioloog of deskundige infectiepreventie.
    In geval van een uitbraaksituatie neemt de leidinggevende contact op met de Portefeuillehouder Hygiëne & Infectiepreventie.
  • De Portefeuillehouder informeert de Raad van Bestuur en stelt vervolgens het uitbraakteam samen en roept het uitbraakteam bij elkaar.

Situatie c: melding van een uitbraak van buikgriep.

Zie hierboven zoals beschreven bij situatie b in het verpleeghuis.

3. Samenstelling van het uitbraakteam:

Het uitbraakteam zal bestaan uit die personen die direct betrokken zijn bij de epidemie, bijvoorbeeld;

  • Raad van Bestuur en/of Portefeuillehouder Hygiëne & Infectiepreventie (voorzitter)
  • Locatiemanager / leidinggevende
  • Verantwoordelijk specialist ouderengeneeskunde of dienstdoende specialist ouderengeneeskunde (bij uitbraaksituatie in verpleeghuis)
  • Leidinggevende(n) van de betrokken afdeling(en)
  • Aandachtsvelder / aanspreekpunt hygiëne (optioneel)
  • Functioneel betrokkenen
  • Deskundige infectiepreventie (secretaris)
  • Arts-microbioloog (op afroep)

Indien één van bovengenoemde personen niet in staat is de bijeenkomst bij te wonen, dient hij/zij te zorgen voor een gemandateerd afgevaardigde.

  • Indien er sprake is van Legionella problematiek wordt het team aangevuld met het hoofd technische dienst.
  • Indien noodzakelijk kan het uitbraakteam zichzelf uitbreiden met meerdere betrokken disciplines of deskundigen.

4. Taken en bevoegdheden van het uitbraakteam:

  • Het uitbraakteam houdt de coördinatie gedurende de hele epidemie.
  • Het uitbraakteam zorgt voor een adequate verslaglegging van de bevindingen en de activiteiten in de vorm van een logboek (secretaris).
  • Het uitbraakteam geeft aan wanneer de epidemie voorbij is en er weer ‘normaal’ gewerkt kan worden.
  • Het uitbraakteam houdt een evaluatie met alle betrokkenen zo spoedig mogelijk na het beëindigen van de epidemie (secretaris).

De volgende zaken moeten ten minste door het uitbraakteam besproken worden:

Organisatorisch

  • Isolatiemaatregelen
  • Opnamestop/sluiting afdeling(en)
  • Inrichten aparte ‘isolatieafdeling’
  • Contactonderzoek onder medebewoners, personeel en eventueel reeds ontslagen bewoners
  • Afspraken over centrale regievoering indien testen door (meerdere) huisartsen worden afgenomen
  • Toedienen van vaccin, immunoglobuline of antibiotica

Belangrijkste bevoegdheden en verantwoordelijkheden: 

Organisatorisch:

  • De voorzitter van de Raad van Bestuur informeert het managementteam over de te nemen maatregelen.
  • Indien binnen het uitbraakteam geen consensus kan worden bereikt over de te nemen maatregelen is de Portefeuillehouder Hygiëne & Infectiepreventie degene die beslist.
  • De deskundige infectiepreventie is in geval van een uitbraak gemandateerd de, door het uitbraakteam voorgeschreven, hygiënemaatregelen op te leggen en controle op naleving ervan uit te oefenen. Indien zich hierbij problemen voordoen neemt de deskundige infectiepreventie contact op met de direct leidinggevende.
  • De deskundige infectiepreventie brengt verslag uit aan het uitbraakteam.

 

Contacten en voorlichting:

VerantwoordelijkeContacten met c.q. informeren van
Portefeuillehouder Hygiëne & InfectiepreventieRaad van Bestuur
Raad van BestuurInspectie voor de Gezondheidszorg
Medewerkers
Cliënten* en familie
Specialist ouderengeneeskunde
of
Locatiemanager(-directeur) of huisarts in geval van uitbraak in verzorgingshuis / thuiszorg
GGD, inzake contactonderzoek
Zorginstellingen bij overplaatsing of ontslag van cliënt
Ambulancedienst indien cliënt door hen verplaatst is/wordt
"Derden", bijv. laboratorium, trombosedienst etc.
Arts-microbioloogBacteriologisch laboratorium i.v.m. extra werkdruk
Deskundige infectiepreventieHoofd interne zaken inzake catering, schoonmaak en desinfectie
Raad van BestuurPers

* De cliënten worden door de behandelend arts (specialist ouderengeneeskunde of huisarts) geïnformeerd over isolatie en kweekuitslagen. Bij het doorgeven van positieve MRSA-uitslagen is een arts-microbioloog of deskundige infectiepreventie bereikbaar voor het beantwoorden van specifieke vragen t.a.v. MRSA.

Afkortingen, begrippen en definities: 

Endemisch: een ziekte is voortdurend in een bevolking aanwezig.

Epidemie: in een bevolkingsgroep komt bij een ongewoon groot aantal personen tegelijkertijd dezelfde ziekte voor.

Uitbraak: Men spreekt van een uitbraak als er sprake is van een epidemie of een dreigende epidemie. Het begrip epidemie is op verschillende manieren te definiëren. Een veel gebruikte definitie komt kortweg neer op: een epidemie is het vóórkomen van meer ziektegevallen dan verwacht. Het verwachtingspatroon is dan meestal niet gebaseerd op exacte getallen maar op ervaring.

Wet- en regelgeving: 

Bij het Uitbraakmanagement wordt uitgegaan van de volgende professionele standaarden;

Werkgroep Infectie Preventie (WIP):

Richtlijnen van het Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb):

Besluiten over instellen van isolaties, opnamestops of sluitingen van afdelingen en het uitvoeren van bron- en contactonderzoeken worden gebaseerd op bovengenoemde richtlijnen.