Inleiding: 

MRSA (Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus) is een Staphylococcus aureus bacterie die ongevoelig is voor een aantal antibiotica. Gewoonlijk veroorzaakt de MRSA geen probleem. Maar onder speciale omstandigheden kan infectie ontstaan: bij een wond of bij verminderde weerstand.
Bestrijding van MRSA in de verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg is nodig om te voorkómen dat profylaxe en behandeling van infecties met S.aureus niet goed meer mogelijk zijn. Tevens bestaat het gevaar van verdergaande resistentie-ontwikkeling, die kan leiden tot stammen die met de beschikbare antibiotica niet of nauwelijks meer behandelbaar zijn.

De bestrijding van MRSA is gericht op zowel personen met een infectie als op personen die gekoloniseerd zijn. Bij de verspreiding van MRSA spelen kolonisatie van cliënten en personeelsleden en overdracht van bacteriën via onder andere de handen een grote rol.

Doel: 

Het opsporen en behandelen van MRSA-dragers onder medewerkers, om verspreiding van MRSA zo veel mogelijk te voorkomen.

Doelgroep: 

Medewerkers met verdenking op MRSA-dragerschap (risicocategorieën 1 en 2 in het MRSA-beleid ).

Beleidsafspraken: 

De beleidsafspraken zijn onderverdeeld in de volgende items:

Risico-inschatting op MRSA-dragerschap

  1. MRSA screening
  2. Eradicatie-behandeling
  3. Bewaren van uitslagen

1. Risico-inschatting op MRSA-dragerschap

Deze procedure geldt voor alle medewerkers in de zorg en directe nabijheid van de cliënt op de afdeling.

1.1 Risico op MRSA-dragerschap – niet gerelateerd aan de werkomgeving

  • De medewerker meldt zich bij de leidinggevende indien hij/zij:
    – opgenomen of behandeld is in een buitenlandse zorginstelling (zie MRSA-beleid);
    – gewerkt heeft in een buitenlandse zorginstelling;
    – werkt bij een andere zorginstelling in Nederland waar een MRSA-uitbraak is
    – privé onbeschermd in contact is geweest met een bewezen MRSA-drager.
  • De leidinggevende neemt contact op met de deskundige infectiepreventie van de instelling.
  • De deskundige infectiepreventie maakt een risico-inschatting op MRSA-dragerschap.
  • De deskundige infectiepreventie meldt aan de leidinggevende of er wel/geen risico op MRSA-dragerschap is. (schriftelijke bevestiging per e-mail)
  • Bij risico op MRSA-dragerschap geeft de deskundige infectiepreventie aan de leidinggevende en bedrijfsarts door (schriftelijke bevestiging per e-mail):
    – welke werkzaamheden de medewerker mag verrichten (alle of vervangende taken);
    – hoe en wanneer de medewerker gescreend moet worden (de MRSA-screening).
  • De leidinggevende meldt aan de medewerker of hij/zij gescreend moet worden op MRSA.
  • De leidinggevende verwijst de medewerker naar de deskundige infectiepreventie voor screening.

Leerlingen, stagiaires en flexpoolmedewerkers worden beschouwd als eigen medewerkers. Voor hen geldt de procedure als onder punt 1.1 vermeld.

  • Medewerkers van uitzendbureaus worden verwezen naar hun werkgever.

Vrijwilligers worden verwezen naar hun huisarts.

1.2 Risico op MRSA-dragerschap – uitbraak in de werkomgeving

  • In geval van een MRSA-uitbraak ligt de risico-inschatting bij het uitbraakteam.
  • Contactonderzoek bij een uitbraak wordt altijd geregeld via de organisatie waar de uitbraak is. Dit geldt ook voor medewerkers van uitzendbureaus en vrijwilligers.

2. MRSA screening

  • De deskundige infectiepreventie of de bedrijfsarts  regelt benodigde materialen voor screening en vult het aanvraagformulier in. De bedrijfsarts is de aanvrager van de MRSA-screening.
  • De deskundige infectiepreventie informeert de bedrijfsarts over de screening.
  • De deskundige infectiepreventie vraagt toestemming aan de bedrijfsarts om uitslagen op te vragen (schriftelijke bevestiging per e-mail)
  • De deskundige infectiepreventie ondersteunt bij de afname van de MRSA-screening.
  • De deskundige infectiepreventie vraagt uitslagen op (indien toestemming door bedrijfsarts) en meldt de uitslag aan de bedrijfsarts.
  • De bedrijfsarts verzorgt de melding van de uitslag aan de medewerker.
  • De deskundige infectiepreventie meldt daarna de uitslag aan de leidinggevende (schriftelijke bevestiging per e-mail).
  • In geval van een uitbraak in een verpleeghuis/verzorgingshuis/thuiszorg bepaalt het uitbraakteam wie de aanvrager is van de MRSA-screeningen. Vanuit logistiek oogpunt kan het uitbraakteam in samenspraak met de bedrijfsarts kiezen voor één aanvrager, bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde.

3. Afspraken over eradicatie-behandeling bij MRSA-drager

Informatie

  • De bedrijfsarts bespreekt met de deskundige infectiepreventie:
    – wie de medewerker begeleidt (bedrijfsarts of deskundige infectiepreventie);
    – of de medewerker uitgenodigd moet worden door de bedrijfsarts;
    – welke werkzaamheden de medewerker mag uitvoeren.
  • De bedrijfsarts informeert de leidinggevende.
  • De bedrijfsarts verwijst de medewerker naar de deskundige infectiepreventie voor begeleiding bij de behandeling.

De arts-microbioloog adviseert de bedrijfsarts over de eradicatie-behandeling.

Eradicatie-behandelplan

  • De arts-microbioloog adviseert over het type eradicatie-behandeling, de te gebruiken middelen en eventuele antibiotica.
  • De deskundige infectiepreventie en arts-microbioloog stellen een behandeladvies op met gebruik medicatie,  hygiëne-instructies en vervolgscreeningen na behandeling.
  • De deskundige infectiepreventie stuurt het behandeladvies naar de bedrijfsarts.
  • De bedrijfsarts schrijft de benodigde medicatie voor.
  • De bedrijfsarts neemt in voorkomende gevallen contact op met de huisarts.
  • De medewerker volgt de instructies uit het behandelplan op.
  • De deskundige infectiepreventie ondersteunt bij het afnemen van de vervolgscreeningen op MRSA.
  • De bedrijfsarts informeert de medewerker over de uitslagen.

Begeleiding van de medewerker

  • De deskundige infectiepreventie begeleidt de medewerker bij de uitvoering van het behandelplan en beantwoordt vragen van de medewerker over het behandelplan.
    Zie ook de Achtergrondinformatie bij behandeling van MRSA-dragerschap bij cliënt of medewerker.
  • De medewerker kan een gesprek aanvragen bij de bedrijfsarts.
  • De bedrijfsarts begeleidt de medewerker bij medische vragen.

4. Bewaren van MRSA-uitslagen 

  • MRSA-uitslagen van individuele screeningen worden bewaard door de bedrijfsarts.
  • Digitale MRSA-uitslagen blijven beschikbaar via het Laboratorium.

Belangrijkste bevoegdheden en verantwoordelijkheden: 

Medewerker:

  • meldt een verblijf/behandeling en/of werksituatie in een buitenlandse zorginstelling;
  • werkt mee aan screening op MRSA;
  • volgt de adviezen van de deskundige infectiepreventie / bedrijfsarts op;
  • volgt de instructies in eradicatie-behandelplan op.

Leidinggevende:

  • meldt een verdenking op MRSA aan de deskundige infectiepreventie.

Bedrijfsarts:

  • overlegt met de huisarts over het voorschrijven van de benodigde medicatie voor de behandeling;
  • begeleidt de medewerker bij medische vragen;
  • meldt de uitslagen van de MRSA screening aan de medewerker;
  • begeleidt de medewerker tijdens en beantwoordt vragen over de eradicatie-behandeling.

Huisarts:

  • schrijft de benodigde medicatie voor de behandeling voor;

Deskundige infectiepreventie:

  • maakt een risico-inschatting op MRSA-dragerschap, zo nodig met ondersteuning van een arts-microbioloog;
  • adviseert, zo nodig in overleg met een arts-microbioloog, welke werkzaamheden uitgevoerd mogen worden;
  • ondersteunt bij screening op MRSA;
  • stelt in samenspraak met de arts-microbioloog een eradicatie-behandelplan aan de bedrijfsarts;
  • begeleidt de medewerker op verzoek van de bedrijfsarts tijdens en beantwoordt vragen over de eradicatie-behandeling.

Arts-microbioloog:

  • ondersteunt de deskundige infectiepreventie bij de risico-inschatting;
  • adviseert de deskundige infectiepreventie/ bedrijfsarts over welke werkzaamheden een MRSA-drager mag uitvoeren;
  • adviseert de bedrijfsarts over het eradicatie-behandelplan en de benodigde medicatie.

Afkortingen, begrippen en definities: 

Dragerschap (of kolonisatie):  wanneer de MRSA-bacterie op de huid of slijmvliezen van de mens aanwezig is en daar blijft, zonder dat de mens er ziek van wordt.

Eradicatie-behandeling: behandeling gericht op het uitroeien van de MRSA-bacterie bij een MRSA-drager (cliënt of medewerker)

Kolonisatie(of dragerschap):  wanneer de MRSA-bacterie op de huid of slijmvliezen van de mens aanwezig is en daar blijft, zonder dat de mens er ziek van wordt.

MRSA: Meticilline Resistente Staphylococcus Aureus. Een Staphylococcus aureus bacterie die ongevoelig is voor een aantal antibiotica. Gewoonlijk veroorzaakt de MRSA geen probleem. Maar onder speciale omstandigheden kan infectie ontstaan: bij een wond of bij verminderde weerstand. Er zijn nog antibiotica waarmee de arts kan behandelen, maar ze zijn beperkt en er moet daarom met zorg mee worden omgegaan.

Virulentie: Ziekmakend vermogen

Wet- en regelgeving:

Centrum voor Infectieziektenbestrijding (CIb)
Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB):